Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC3110

Datum uitspraak2008-01-04
Datum gepubliceerd2008-01-30
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Groningen
ZaaknummersAWB 08/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Aan de formele eis van connexiteit wordt voldaan (er is een bezwaarschrift ingediend) maar de gevraagde voorlopige voorziening staat los van het bestreden besluit. Aan de materiele conexiteitseis wordt derhalve niet voldaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.


Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN Sector Bestuursrecht Zaaknummer.: AWB 08/2 WOB van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bes[naam](Awb) van [namen ], verzoekers, gemachtigde: ing. A.M.L. van Rooij ten aanzien van het besluit van 21 december 2007, kenmerk: 200701991, van het college van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde, verweerder. 1. Procesverloop Bij het hiervoor genoemde besluit van 21 december 2007 heeft verweerder beslist op een door verzoekers bij brief van 24 november 2007 gedaan verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 28 december 2007 op grond van artikel 7:1, eerste lid, Awb bij verweerder een bezwaarschrift ingediend. Bij brief van gelijke datum, ingekomen bij de rechtbank op 2 januari 2008, hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 2. Overwegingen Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Verzoekers hebben hun verzoek om voorlopige voorziening ingediend hangende de behandeling van het op gelijke datum bij verweerder ingediende bezwaarschrift. In formele zin is derhalve voldaan aan het in artikel 8:81, eerste lid, Awb neergelegde connexiteitsvereiste. Uit de functie van het connexiteitsvereiste vloeit echter voort dat daaraan ook in materiële zin dient te worden voldaan, hetgeen betekent dat de gevraagde voorlopige voorziening rechtstreeks betrekking moet hebben op het (connexe) bestreden besluit. Verzoekers hebben gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat de executoriale beslaglegging bij vonnis van 1 november 2006 van de civiele voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen op bankrekening van verzoeker [naam] met betalingsverbod via de [naam bank] door [naam derde] is opgeheven. Van de hiervoor bedoelde materiële connexiteit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake aangezien de gevorderde voorlopige voorziening op iets geheel anders ziet dan het besluit van verweerder. Nu het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb direct uitspraak te doen zonder het houden van een zitting. 3. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen, RECHT DOENDE, verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk Aldus gegeven door mr. A. Houtman, voorzieningenrechter en in het openbaar door haar uitgesproken op 4 januari 2008, in tegenwoordigheid van M.J. ’t Hart als griffier. De griffier, De voorzieningenrechter, Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Afschrift verzonden op: typ:HtH.